White Jade River      
september 2016      






Nu de amerikaanse theravāda-bhikkhuni gemeenschap in deze septembermaand van 2016 het 2600-jarige bestaan van de orthodox gewijde nonnenorde gaat vieren — de maand en het "2600" zijn ietsje arbitrair gekozen, maar de bedoeling heeft zin en waarde — waren er in de maand daarvoor een aantal nieuwsgaarders die artikelen hadden over deze "helft van de hemel" zoals het chinese spreekwoord gaat (over vrouwen in het algemeen).

Nadat Boeddha in de tweede helft van zijn leven zijn tante en voedster Pradjaapati na behoorlijk aarzelen tot de monnikengemeenschap toeliet, liet hij de met haar meegereisde andere dames achter in de goede zorg van Ānanda en de andere oudere monniken. Boeddha had er een hard hoofd in; voor rondtrekkende mannen zal het leven in die tijd al problematisch zijn geweest, voor rondtrekkende groepjes vrouwen was het ronduit levensgevaarlijk, denk aan tijgers en slangen, maar ook aan rovers en fysieke mishandelaars.

Het door "het westen" niet doorhebben van "the situation on the ground" zo'n 2600 jaar geleden heeft geleid tot de grootste teleurstellingen, de ergste aantijgingen, en de meest bizarre Marco Polo-uitspraken over onderdrukking van vrouwen in het boeddhisme. In feite doorstaan we glansrijk de vergelijking met het hinduïsme en theïstische stromingen.1

De realiteit is complex, want we hebben het over een huis met vele kamers, waarvan de europese, op afstand toekijkende mens 12 jaar geleden de helft nog niet had gezien. Wie had gehoord van het tendái, het shingón, het jōdō/jingtú, het hwa-yén/keegón/hwa'om, of de verschillende scholen binnen het kagyu, toch? En zo ging het ook met de observeringen over de professionals onder de vrouwen. Gesensibiliseerd op het thema onderdrukte vrouwen trok een deel van de westerse wereld dertig jaar geleden ten strijde om hen te bevrijden, geïnformeerd door luid sprekende woordvoersters die niet alleen slechts een deel van de boeddhistische wereld in het vizier hadden, maar ook, in het geval van een of twee aziaten, zo verwesterd waren dat ze de gevoeligheid naar regionale levenswijzen waren verloren, of vonden dat die nu, op dit moment, afgeschaft moesten worden en vervangen door een op de amerikaanse cultuur gestoeld gelijkheidsdenken.
In die tussentijd ging de meerderheid gewoon door met waar ze mee bezig waren en had waarachtig niet zoveel te klagen; wie op Taiwan niet abdis over een grote, meerdere tempels omvattende gemeenschap was geworden, had daar gewoon geen zin in; niemand stond en staat hen in de weg dat wel te doen/worden. Dit jaar bestaat de Tzu Chi welzijnsorganisatie vijftig jaar. Dat wil zeggen dat vijftig jaar geleden de abdis de eerw. Cheng Yen met een heel klein groepje wel volledig gewijdde medestandsters op hele kleine schaal begon met hulp op medisch gebied. Er is, buiten de westerse wereld, geen vrouwelijke professional die zo gewaardeerd en vereerd wordt als zij. En dat is terecht.
1.: De tv-reportagemaakster hield professor een microfoon onder de neus: wat is er nou eens niet zo mooi aan het boeddhisme (= spreek eens kwaad over hen). En hij: "boeddhistische vrouwen" in China — waar hij zelf was geweest — zeiden dat vrouwen verlichting niet kunnen bereiken. Als hij het onderwerp had gekend, en dus had kunnen doorvragen, en het gesprokene had kunnen duiden, dan had hij de exegese vanuit het jingtú vernomen: niet in dit leven, noch voor mannen, noch voor vrouwen, maar pas in Omitofo's Gelukzalige Land ligt de verlichte staat gereed. (De nieuwere hier-en-in-dit-leven opvatting vanuit de leiding van een paar grote jingtú-organisaties op Taiwan zal pas op grotere schaal ingang op het vasteland vinden zodra daar tenminste één leider opstaat die deze nieuwe opvatting met kracht gaat verspreiden.)

In augustus 2016 was er redelijk wat nieuws over vrouwelijke monniken en een priesteres die al die sombermansen gerust kunnen stellen. De voorpagina van Nieuws over boeddhisme opent met een stukje over de Shinnyo-en traditie van Japan en de hoofdpriesteres van deze beweging. Op pagina 19 komen we de theravāda-nonnen van Californië tegen die de hogere wijding hebben gekregen onder srilankaanse, birmese, en amerikaanse monniken. De Himalaya-pagina heeft het over de nonnen in de Drukpa-lijn, op pagina 3 worden een aantal echtgenotes van burger-priesters uit Japan voorgesteld. Tussen neus en lippen door: de vrouwen uit de uit Japan stammende Reine Land (Nishi Hongwanji) stroming, de afdeling op de Hawai'i eilanden, gaan begin september hun jaarlijkse feestelijke bijeenkomst houden. En op pagina 15 gaat het over een abdis in Texas, behorend bij de zeer grote uit Taiwan stammende Foguangshan-gemeenschap die bijna uitsluitend door vrouwen wordt gerund.

Naar de september-voorpagina




Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds september 2004.
email: white-jade-river@buddha-dharma.eu

Stichting onder nummer 20138036.