White Jade River      
juli 2017      






Dit naar aanleiding van de film over de ultra-monnik Wirathú in Myanmar, en met op de achtergrond het boek van Marion Dapsance die helemaal los is gegaan op Sogyal, de leider van een subdenominatie van het tibetaanse boeddhisme. Ondanks haar persoonlijke kruistocht tegen Sogyal lijkt ze, gezien de uiteenzetting die gegeven is onder bovengenoemde doorklik die werd geüpload door de "Cercle de l'Aréopage", helemaal niet zo'n onnozelaar te zijn als velen inmiddels aannemen, hoewel ze de hele boeddhistische geschiedschrijving, inclusief de vroege en latere canon behandelt met het (niet gerealiseerde) cynisme zoals dat in academische kringen wel meer voorkomt. Maar met name haar beschrijvingen van de eerste franse vertaler Bournouf, en van Alexandra David-Néel en Mme Blavatsky1 zijn in die zin belangwekkend omdat hierin het "franse denken", als we dat zo mogen zeggen, doorklinkt zoals dat buiten de "hexagon" (het zeshoek) niet zo gangbaar is.

De "Cercle de l'Aréopage" — ze hebben als logo een portret van een religieus soort iemand, hoewel de naam areopaag verwijst naar een oud-grieks debatcentrum — heeft tot doel een "démystifier et réinformer" (ontdoen van mystiek en her-informeren).
Maar wanneer Mme Dapsance zegt dat het boeddhisme dat vandaag verspreid wordt voornamelijk "une fiction" is, fictie, een verzinsel, dan blijkt daaruit dat ze wel de min of meer maatschappelijk-religieuze stromingen (of de maatschappelijk-religieuze tibetaanse stroming) heeft bestudeerd, maar toch geen of weinig kennis heeft genomen van het inderdaad zeer omvangrijke canonieke apparaat, en ook niet heeft geleerd waar en hoe dat apparaat is ontstaan, noch waar en hoe het is bewaard. Dat ze denkt dat de meditatie een zaak is van asceten die "er zowat dag en nacht aan besteden" toont dat Marion daarbij alleen heeft kennisgenomen van de Himalaya boeddhistische ’ngakpa die in de volksmond yogi worden genoemd, die overigens zijn uitgestorven. Voor haar is het boeddhisme, zoals het in het westen, of dan toch in Frankrijk wordt gezien, een fantasie, een bedenksel (une fiction ... une invention) (zoals Star Trek een fantasie is). Dat kan zeker het resultaat zijn van een uitsluitend rondkijken bij de sub-denominatie van Sogyal waar, maar ik ken ze niet, aspecten van "boeddhisme" kunnen rondwaren die we in het "klassieke boeddhisme" zoals onderstaande Perry Schmidt-Leukel dat noemt, niet tegenkomen. Dat dit zo is blijkt uit het antwoord op de eerste vraag uit het publiek die, hoe kan het ook anders, over meditatie gaat. Marion weet nog wel het woord vipassaná 2 te produceren, maar plaatst dit binnen de tibetaanse context, als preliminaire praktijk voor "meer gecompliceerde praktijken" zoals "de liturgie" en andere zaken zoals "het opbiechten van fouten" (het laatste komt buiten de kreukelzone van de Himalaya niet voor, althans niet in die vorm). Niettemin voegt ze er haar begrip van de vroeg-boeddhistische bedoeling aan toe wanneer ze zegt dat het een begrijpen is van het gegeven dat ons lichaam een samenstel van fysieke en mentale gegevenheden is met als doel het (al te "erge") hechten er aan te doorbreken. Kortom, hoewel Mme Dapsance zelf het begrip "mik-mak" hanteert, is haar eigen, op te smalle basis gestoelde kennis van het boeddhisme inderdaad een "mik-mak".
Het is dan ook niet zo'n wonder dat, waneer een van de luisteraars aan het eind van haar betoogje zegt dat het boeddhisme niets anders is dan satanisme, Mme Dapsance instemmend knikt.
Het is toch al niet gemakkelijk voor een europese civilisatie (zie de eindnoot op de volgende pagina) om iets aan te nemen uit een niet-europese "cultuur", maar wanneer een meiske als Marion dan in de hooggespannen verwachtingen over die cultuur teleurgesteld wordt — ook al was ze er toen, alweer behoorlijk wat jaren geleden, zelf niet bij — dan zijn de rapen natuurlijk meer dan gaar, en gaat de civilisatie tot den aanval over; zie opnieuw de genoemde eindnoot.

1 Voor wat betreft de theosofie heeft Dapsance de tijdlijn verkeerd, tenminste waar het het optreden van Blavatsky aangaat. Gelukkig plaatst ze de laatstgenoemde niet in Tibet — had ook nog gekund — maar spreekt ze van "Inde" waar ze het over "Sri Lanka" had moeten hebben.
2 Als zodanig is vipassaná de opvolger van het woord sati: aandacht. En met sati wordt dan oorspronkelijk bedoeld de voortdurende aandacht die de moniaal moet hebben voor zijn denken, spreken en handelen.

Voor wat betreft "het tibetaanse boeddhisme" waar Mme Dapsance mee in aanraking is gekomen: wanneer ergens in Schotland "Nessie" een naaga (g als in 'good') wordt genoemd, of wanneer elders westers-tibetaanse nonnen tegen elkaar opscheppen over hun uitstekende relaties met de daakini, dan weten we dat hier een ernstige afwijking te constateren valt van het oorspronkelijke wereld- en hemelbeeld dat Sakyamuni Boeddha in een selectief aantal gevallen overnam uit het brahmanisme van zijn tijd. Of anders gezegd: naaga komen in de vroege canon nog wel voor, maar van de daakini waar enkele brahmaanse stromingen in Boeddha's tijd het over hadden valt in die vroege canon niets te bespeuren. Boeddha was selectief: dit is als zinnebeeld hanteerbaar; dat moet als te aanbidden godheid terzijde gelaten worden. We vinden deze opvatting verbatim terug in de Pali-canon en in de oost-aziatische Āgama.)

verder naar de artikelen/boeken van Philippe Cornu, Perry Schmidt-Leukel en Oliver Schulz



Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds oktober 2004.

Stichting onder nummer 20138036.