White Jade River      
februari 2017      






De Djá-ding-tempel in Shanghai heeft bijgedragen aan de levering van "laba" aan die chinese families die op de achtste dag van de twaalfde maanmaand Boeddha's Ontwaken vieren. Dat liet de China Daily van 17 januari weten. Laba is een gerecht dat is samengesteld uit kleefrijst, lotuszaden, rode dadels, rode bonen en pindas. Op de foto zijn het de monniken in Kunming die de bezoekers trakteren op dit overheerlijke gerecht. (Niet te veel kleefrijst eten, overigens. Neem liever bruine.)

L. de Bois-Gisson van Konbini had met jonge chinezen gesprekken over hun leven, de kunsten, de mode, "electro" en boeddhisme. En passant worden ook plaatjes getoond van bijvoorbeeld halskettinkjes met boeddhabeeldjes er aan. De verslaggever meent dat dit de nieuwste mode is, maar dertig jaar geleden al konden we boeddhabeeldjes met een ringetje door hun hoofd kopen waardoor het halskettinkje geregen kon worden. Dus zo nieuw en anders is het niet. Ook zijn de als cd's of in iPod-vorm aangeboden soetra-recitaties niets nieuws. Wel nieuw er aan schijnt te zijn dat jonge witteboordenwerkers de headset op hebben op weg naar het werk, als rustgevende of zelfs trance-opwekkende achtergrondgeluiden.
Wat wel redelijk nieuw en anders is, en in het artikel niet vermeld, is dat interieurversierders inmiddels de pracht van de boeddhistische Himalaya schilderwerken hebben ontdekt en sierlijk geplogen Taras en andere figuren als behang aanbieden.

Het verhaal van de achtste-eeuwse monnik Dzjčn-zhun, zo schrijft de China Daily van 13 januari is omgewerkt tot opera. In het japans heet de hoofdpersoon Gan-dzjin en in de oude chinese spelling wordt zijn naam geschreven als Chien-chen. Hij leefde tussen 688–763 en ging aan boord in 754, op weg naar Japan waar hij het ondergenoemde Tjčn-tai wilde vestigen.

Het memorabele levensverhaal over de monnik die van geen ophouden wist — en blind werd als gevolg van overdadige blootstelling aan het zeewater, maar zich uiteindelijk solitair vestigde omdat ook Japan een beetje tegenviel — krijgt zijn oeropvoering in februari 2017, in het National Theater of the Performing Arts in China's hoofdstad.

Dankzij Virginia Stibbs Anami's "Following the Tracks of Ennin's 9th c. Journey" weten we dat ook Jianzhen/Ganjin's zeereis is begonnen op het schiereiland van de chinese provincie Shandong (Oostelijke Berg) waar de kolkende zee eigenlijk geen scheepvaart toelaat, en dat hij op ongeveer dezelfde plaats in Japan is geland als Ennin (Jap.: Djigáku Dai-ishi, 794-864), een kuststrook waar aanmeren eigenlijk ook onmogelijk is.

In de Shandong-provincie, zo schrijft Virginia, wordt een standbeeld van Jianzhen/Ganjin geëerd in de Dáming-tempel. Het beeld is een kopie van een origineel in de japanse Toshō-dai-dji.

Hoewel opgevoed met het Tjčn tai werd Jianzhen in Japan de stichter van de Ritsu-stroming, die in het chinees Lü-tsung wordt genoemd.
Omdat het Ritsu een "vinaya-stroming" is die de nadruk legt op het volgen van de gedragsregels voor monniken, kunnen we er vrijelijk van uitgaan dat het boeddhisme in Japan, in Jianzhen's tijd, al behoorlijk aan het losraken van de oude fundamenten was. We hebben het dan over de Nara-periode waarvan het Kegon (in 't japans; hwajčn in 't chinees) als "oude stroming" overeind is gebleven, maar waarin in China met Hwang-bo en Ma-tsu zen-stromingen ontstonden die nog eerbied naar de oude opvattingen toonden, maar die in Japan navolgers vonden die de opvattingen van het shintō over het seculiere aangrepen om een aantal, of de meeste, oude monialenregels overboord te zetten.
De daaropvolgende Hei-an-periode zag een verschijnen van het esoterische. Dat hebben Jianzhen en Ennin niet meer meegemaakt.




Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.

Stichting onder nummer 20138036.